Wat dan wel?

Eerst en vooral een nuchtere en klare analyse van de problemen.

Leren van gemaakte fouten in plaats van deze te herhalen.

Waaruit bestaat ons wegennet?

Ons wegennet is ontstaan in een verder verleden en naarmate we betere vervoersmiddelen ontwikkelden zijn de bestaande wegen stelselmatig in meer of minder mate aan de noden van de tijd aangepast.  We gebruiken nu dus nog altijd de historische trajecten van kerk naar kerk.  M.a.w. gans ons wegennet heeft een sterstructuur, de sterstructuur heeft als belangrijk nadeel dat in het centrum alles bijeen komt. In de praktijk krijgen we daar dus opstoppingen en overlast. De aanleg van snelwegen na wereldoorlog 2 was een poging om de drukke nationale wegen te ontlasten. Helaas zijn deze ook in een grote sterstructuur aangelegd met als belangrijkste knooppunten Antwerpen, Brussel, Gent, Kortrijk, Luik en Charleroi. Als je verplaatsing niet op dit snelwegpatroon valt dan vervalt je in een rit van je vertrek naar je eigen dorpskern om dan over verschillende dorpskernen pas ter bestemming te komen.  Doordat het drukker werd is er in de tussenliggende dorpen van dat traject de ene hindernis na de andere gebouwd om de snelheid af te remmen om verkeer te weren om zogezegd veiliger te zijn. Minder snel zou ook zuiniger veronderstellen. Helaas de feiten zijn anders. Testen van Febetra met nieuwe types distributietrucks geven een verbijsterend resultaat.

Het traject over de gewestwegen heeft de truck een verbruik van 21 l/100km met een gemiddelde snelheid van 32 km/h terwijl een snelwegtraject een verbruik van 16 l/100km bij een snelheid van 85 km/h. Inderdaad wij allemaal verbruiken met ons slakkengangetje met stoppen en vertrekken 25% meer bij een productiviteitsdaling van 60% en maken daarbij elk centrum overvol met druk verkeer. Zelfs groene ministers dienen hierbij stil te staan.

Het logisch andere wegennet:

Vermits de sterstructuur heden ten dage meer nadelen heeft dan voordelen blijft er allen een dambordpatroon over.

Er moet dus een dambordpatroon over ons sterpatroon gelegd worden. Bovendien moeten  we zoveel mogelijk een constante snelheid kunnen  aanhouden.

Vandaar dat het dambordpatroon moet opgebouwd worden uit een nieuw type wegen (in het vervolg de c-weg genoemd) welke ons een constante snelheid en zo weinig mogelijk stoppen biedt. Om dat stoppen tegen te gaan dient elke kruising overbrugd te worden zoals dat bij snelwegen algemeen is. Het grote verschil met de snelwegen is dat deze c-wegen met maar 1 strook constante snelheid hebben en met maar 1 strook de brug nemen. Om dit uitvoerbaar te maken dienen de c-wegen tussen de overbrugde ronde punten bestaan uit 2 stroken per richting waar er links constant 90 km/h gereden wordt en waar de rechter rijstrook er enkel is om van de langs liggende percelen te vertrekken en op snelheid te komen om links in te voegen eenmaal men van richting moet veranderen of ter bestemming is komt men terug uit de linkse rij naar rechts om bij de bestemming op te draaien of het rond punt te nemen naar de gewenste richting. Om te passen naar zo weinig mogelijk af te leggen afstand dienen deze c-wegen tussen de snelwegen als deze bv parallel zouden liggen 45° verdraaid liggen. De c-wegen in dezelfde richting zouden parallel aan elkaar moeten liggen op een verantwoorde afstand van de dorpskern. Op die manier doe je de eerste km op het oude wegennet tot de c-weg vervolgt deze tot het rond punt dicht bij je bestemming en rijdt de laatste kms weer over het oude wegennet naar je bestemming. Zodoende kom je dus niet meer in de tussenliggende dorpskernen wat in de praktijk ook veel rustiger dorpskernen zal opleveren omdat enkel het echt plaatselijk aankomend en vertrekkend verkeer daar nog komt.  Op deze manier kunnen we terug snel ergens zijn, 2 maal zo snel zelfs als vandaag met 25 % brandstof minder en remmen en een ophanging die een autoleven lang meegaan. De bijkomende capaciteit kan op bepaalde plaatsen ook verzadiging van snelwegen tegengaan. Vermits er structureel van nul aan zo een dambordachtig bovenliggend wegennet gewerkt wordt moet er ook gedacht worden aan een standaardisering van de bruggen en ronde punten zodat zoveel mogelijk elementen in serie het  jaar rond gefabriceerd kunnen worden wat de kostprijs en aanlegtijd ten goede komen.  De serieproductie en standaardisering kunnen dan de aanzet van een nieuwe exportmarkt worden.